Convergent en divergent differentiëren
Veel leerlingen in het basisonderwijs zijn gebaat bij een sterk gemeenschappelijk basisaanbod en gemeenschappelijke einddoelen (convergent differentiëren). Leerlingen leren veel van interactie met elkaar en van stimulering door andere (goede) leerlingen. Het verdient dan ook de voorkeur om leerlingen zo lang mogelijk bij de groep en dus bij het basisaanbod van doelen en inhouden te houden maar zo nodig wel extra instructie, leertijd en ondersteuning ter beschikking te stellen. Convergent differentiëren dus, met maatregelen gericht op intensivering en/of compensatie. Soms zullen voor bepaalde (groepen) leerlingen aanvullende, andere of juist minder doelen worden geformuleerd (divergent differentiëren). Een gedifferentieerd onderwijsaanbod zal altijd bestaan uit een combinatie van convergente en divergente maatregelen.

Compacten en verrijken

Voor zeer goed presterende leerlingen kan het wel wenselijk zijn om al vroeg extra of andere doelen en inhouden aan te bieden. Deze leerlingen beheersen bepaalde doelen van het basisaanbod soms al vroeg en hebben onderwijs nodig dat hen uitdaagt. Zij hebben behoefte aan verbredende en verdiepende leerstof. Gebeurt dit niet, dan kan dit leiden tot onderpresteren en negatieve gevolgen voor zowel de cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen.

Intensiveren en compenseren

Leerlingen met speciale onderwijsbehoeften zullen vaak extra leertijd, instructie en begeleiding nodig hebben om de doelen van het basisaanbod te bereiken. Dit wordt ook wel 'stapelen' genoemd. (Struiksma, ….). Soms is het wenselijk om voor bepaalde taken te compenseren: de taak wordt wel uitgevoerd maar met ondersteunende middelen ter compensatie van de gevolgen van een beperking of leerprobleem. De leerlingen mogen bij een taak bijvoorbeeld gebruik maken van rekenmaterialen of een spellingkaart.

Intensiveren, compenseren, prioriteren en dispenseren

Voor leerlingen met een grote achterstand ten opzichte van de doelen van het basisaanbod zal het soms nodig zijn om naast de intensiverende en/of compenserende maatregelen, doelen op een ander (basaler of concreter) niveau na te streven, te prioriteren en in sommige gevallen te schrappen. Het gaat om leerlingen bij wie duidelijk is dat zij bepaalde doelen behorend bij referentieniveau 1F, ondanks intensivering en compensatie, niet zullen bereiken binnen de periode van het basisonderwijs. Divergent differentiëren in de vorm van dispensatie en prioritering van (functionele) doelen is dan noodzakelijk. Daarbij moet worden gewaakt voor het risico dat de hoeveelheid instructie voor leerlingen voor wie andere doelen zijn geformuleerd afneemt, terwijl met name zwak presterende leerlingen deze juist hard nodig hebben.

Zeer intensief aanbod Intensief aanbod Plusaanbod

Intensiveren (of stapelen) van instructie en begeleiding, uitbreiden van leertijd.

Compenseren: de taak wordt wel uitgevoerd maar met ondersteunende middelen.

Dispenseren: de leerling krijgt ontheffing voor een bepaald doel en hoeft (een deel van) de taak niet uit te voeren.

Intensiveren (ofwel stapelen) van instructie en begeleiding, uitbreiden van leertijd.

Compenseren: de taak wordt wel uitgevoerd maar met ondersteunende middelen.

Compacten de doelen en inhouden van het basisaanbod worden gecomprimeerd.

Verrijken: er worden extra en/of vervangende doelen en inhouden gekozen.