Wanneer welk aanbod
In veel basisscholen krijgt differentiatie vorm op basis van groepsplannen. De leerlingen van een groep worden op basis van hun toetsscores en onderwijsbehoeften verdeeld in drie subgroepen: een basisgroep, een groep die is aangewezen op verlengde instructie en een groep die meer uitdaging nodig heeft. Vaak wordt een vierde groep leerlingen onderscheiden die is aangewezen op meer intensieve ondersteuning. De doelen en het onderwijsaanbod voor deze leerlingen vallen soms buiten het groepsplan en worden dan beschreven in een handelingsplan of ontwikkelingsperspectief. De aanwijzingen op deze website kunnen goed worden benut bij het inhoudelijk invullen van zowel het groepsplan als andere plandocumenten. De school kan in principe zelf bepalen welke elementen uit een aanbod passend zijn voor een bepaalde subgroep. Een school met veel sterke rekenaars kan bijvoorbeeld elementen uit het plusaanbod in het basisarrangement opnemen, terwijl een school met veel taalzwakke leerlingen haar basisarrangement zal kunnen aanvullen met elementen uit het intensieve aanbod.

Starten met het basisaanbod

In principe zullen scholen starten met een aanbod gericht op het bereiken van hoge doelen bij taal en rekenen. Dit is het aanbod dat toe werkt naar het behalen van referentieniveau 1S. In de meeste taal- en rekenmethoden is dit niveau het uitgangspunt. Voor sommige leerlingen zal echter snel blijken dat dit aanbod niet passend is, hetzij omdat het de leerlingen te weinig uitdaagt, hetzij omdat de leerling de doelen niet bereikt. In dat geval zal vroegtijdig een plus- of intensief aanbod moeten worden ingezet.

Vroegtijdig inzetten van een intensief en plusaanbod

De leraar doorloopt de handelingsgerichte cyclus van waarnemen, analyseren en plannen opdat op het juiste moment - en niet te vroeg of te laat - de beslissing tot een aangepast aanbod kan worden genomen. Dat zal in de meeste gevallen eerst een beslissing zijn om het basisaanbod te verrijken tot een plusaanbod of te intensiveren tot een intensief aanbod. Voor het bepalen van een goed moment zijn geen strikte richtlijnen te geven. Bij het ene kind zal het sneller duidelijk zijn dan bij het andere. Het zal hierbij altijd om een combinatie van observatiegegevens, gespreksgegevens (met ouders en de leerling zelf) en toetsgegevens gaan.
SLO heeft een handreiking Handelingsgericht en opbrengstgericht keuzes maken in het onderwijsaanbod ontwikkeld die de school kan gebruiken om na te gaan wanneer en voor welke leerlingen een bepaald aanbod passend is. Hierbij is ook is een checklist gemaakt  waarmee de school kan nagaan of alle voorwaarden om handelingsgericht en opbrengstgericht keuzes te maken in het onderwijsaanbod zijn gerealiseerd.

Kiezen voor een zeer intensief aanbod

De keuze voor een zeer intensief aanbod en een aanbod gericht op referentieniveau 1F zal meestal pas na herhaaldelijk intensiveren gemaakt kunnen worden. Dispenserende maatregelen zoals in het zeer intensieve aanbod zullen meestal pas in de bovenbouw aan de orde zijn. Het is uiteraard noodzakelijk dat gedurende de schoolloopbaan er alles aan gedaan is om ook deze leerlingen zo ver mogelijk te krijgen. Maar op een gegeven moment zullen voor bepaalde leerlingen keuzes gemaakt moeten worden om te zorgen dat zij toch toekomen aan bepaalde fundamentele onderwerpen. Zodat bijvoorbeeld niet tot het einde van de basisschool zoveel tijd gestoken wordt in het leren van de tafels of het maken van grote vermenigvuldigingen en delingen, dat er geen tijd beschikbaar meer is voor het leren omgaan met eenvoudige percentages. Een gefundeerde onderbouwing van deze beslissing is heel belangrijk. SLO heeft voor het leergebied rekenen-wiskunde een vragenlijst ontwikkeld die hierbij kan helpen. Bij een kleine groep leerlingen weet de school soms al eerder dat bepaalde doelen niet haalbaar zullen zijn. Dan kan zo nodig al eerder een zeer intensief aanbod worden ingezet. De keuze voor een zeer intensieve aanbod zal vaak zijn gekoppeld aan de formulering van een ontwikkelingsperspectief.

Plannen, toetsen en volgen

Keuzes voor een bepaald aanbod zullen steeds geëvalueerd moeten worden en zo nodig bijgesteld. Een leerling kan bijvoorbeeld tijdelijk zijn aangewezen op een intensief aanbod taal, maar gaandeweg toch weer voldoende hebben aan het basisaanbod. Hierbij kan de handreiking Handelingsgericht en opbrengstgericht keuzes maken in het onderwijsaanbod en de bijbehorende checklist ondersteunen.