Banende intructie
Binnen het leerling-gecentreerd of banend onderwijs is sprake van een grote mate van interactie tussen leraar en leerling. De leraar begeleidt het interactieproces door het stellen van open vragen en het geven van uitleg en feedback. De denkvaardigheid van leerlingen wordt gestimuleerd en zij leren zelf hun eigen kennis te construeren.

 

Sturende instructie

Bij sturende instructie stimuleert de leraar de leerlingen om zelf te bedenken hoe de taak kan worden aangepakt. De leerlingen kunnen hierbij teruggrijpen op strategieën die eerder zijn aangereikt. Als de leerling hier niet uitkomt, helpt de leraar door een voorgaande les in herinnering te brengen of een eerder gemaakte, vergelijkbare opgave erbij te pakken. De leraar helpt de leerling op weg door vragen te stellen of naar ondersteunende materialen te verwijzen, maar doet niet voor. Als de leerlingen er niet uitkomen kan de leraar overstappen op een meer structuurverlenende instructie.

 

Structuurverlenende instructie

In het leraar-gecentreerd of structuur verlenend onderwijs doorloopt de leraar systematisch verschillende handelingen waarbij sprake is van een meer eenzijdig beïnvloedingsproces. De leraar geeft instructies en de leerlingen voeren deze uit, zonder dat ze veel invloed hebben op het onderwijsleerproces. In deze vorm van didactiek komt de leraar tegemoet aan de instructiebehoefte van bijvoorbeeld zwakke rekenaars en wordt de nadruk gelegd op het aanleren van adequate oplossingsstrategieën. Een vorm van structuurverlenende instructie biedt het directe instructiemodel of varianten hierop zoals het interactief gedifferentieerde directe instructiemodel (IGDI) of het activerende directe instructiemodel (ADI). Deze modellen proberen binnen een vaste lesstructuur, door middel van verschillende fases in de instructie, interactie op te roepen tussen de leerkracht en de leerlingen en onderling tussen de leerlingen. Het doel is nieuwe kennis opnemen en deze koppelen aan de voorkennis.

Het IGDI model  Het ADI model
Fase 1
Voorbereiding
Fase 1
Terugblik
Fase 2
Dagelijkse terugblik
Fase 2
Oriëntatie
Fase 3
Instructie
Fase 3
Uitleg
Fase 4
Begeleide inoefening
Fase 4
Begeleide inoefening
Fase 5
Zelfstandige verwerking
Fase 5
Zelfstandige verwerking
Fase 6
Afronding
Fase 6
Evaluatie
Fase 7
terugkoppeling
Fase 7
Terug- en vooruitblik

 

  

Model-leren

Deze stap is aan de orde als leerlingen een vraagstuk niet kunnen oplossen en als eerdere suggesties van de leraar niet tot probleemoplossend gedrag leiden. Met model-leren wordt bedoeld dat de leraar een adequate oplossingsstrategie voordoet, waarbij zij uitlegt waarom zij die manier van oplossen gebruikt. Deze oplossingsweg herhaalt zij samen met de leerlingen. Daarna mogen de leerlingen het zelf proberen.

Voor welke leerling? Aandachtspunten

Het basisaanbod

  • Alle leerlingen hebben behoefte aan en recht op instructie.
  • Probleemoplossend leren denken is van belang voor alle leerlingen en kan op verschillende niveaus worden uitgewerkt.
  • Voor alle leerlingen zal de instructie soms moeten aangepast: van banend naar structuurverlenend en vice versa.
  • Alle leerlingen hebben behoefte aan terugkoppeling.
  • De leraar heeft kennis van verschillende instructievormen, is zich bewust van de wijze waarop hij/zij instructie geeft en is in staat deze instructievorm op basis van observaties en feedback van leerlingen aan te passen.

Het plusaanbod

  • Verkorte instructie bij nieuwe basisstof.
  • Banende instructie als uitgangspunt, zo nodig wordt meer sturing aangebracht.
  • Instructie bij extra/andere stof.
  • Terugkoppeling in de groep.

Het intensieve aanbod

  • Sturende instructie als uitgangspunt.
  • Zo nodig wordt overgestapt op structuurverlenende instructie of model-leren.
  • Automatiseren en herhalen op vaste momenten van de dag.
  • Inzet ondersteunende materialen/methodieken.
  • Direct feedback.
  • Aandacht voor probleemoplossend leren denken.

Het zeer intensieve aanbod

  • Sturende of structuurverlenende instructie als uitgangspunt.
  • Zo nodig wordt overstapt op model-leren.
  • Ondersteunende activiteiten met betrekking tot  het korte termijn geheugen.
  • Automatiseren en herhalen op vaste momenten van de dag.
  • Inzet ondersteunende materialen/methodieken.
  • Direct feedback.
  • Aandacht voor probleemoplossend leren denken.