Werkvormen en groeperingsvormen

Er zijn diverse mogelijkheden om te differentiëren binnen werkvormen en groeperingsvormen. De opdrachten zelf kunnen aangepast worden aan het niveau van de leerlingen, in de mate van zelfstandigheid kan gevarieerd worden en leerlingen kunnen op verschillende manieren samenwerken aan opdrachten. Deze vormen van differentiatie kunnen bijdragen aan een effectief gebruik van de leertijd. 

Variëren van het niveau binnen de opdrachten

Binnen veel methodes worden opdrachten op verschillende niveaus aangeboden of worden in de handleiding suggesties gegeven voor het differentiëren binnen de opdrachten. Wanneer dit niet het geval is kan een leraar zelf aanpassingen realiseren. Lees meer>>

Variëren in de mate van zelfstandigheid

Wanneer een leraar rekening wil houden met verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld met betrekking tot hun instructiebehoefte, leertijd, manier van leren et cetera, dan is het een voorwaarde dat leerlingen hebben aangeleerd gedurende enige tijd zonder hulp van de leraar te werken. Alleen dan heeft de leraar handen vrij om verlengde instructie te geven of om een leerling met een individuele opdracht op weg te helpen. Daarnaast is zelfstandig werken en leren voor veel leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong een heel prettige manier om op eigen tempo en niveau te leren. Tijdens het zelfstandig werken houdt de leraar rekening met de verschillende niveaus van leerlingen. Er kan ook gedifferentieerd worden in de wijze waarop leerlingen het eigen werk controleren. De leraar maakt het aanbod passend door te variëren in aangeboden hoeveelheid stof, tijd of niveau. Lees meer>>

Dag- of weektaken

Dag- of weektaken bieden leraren en leerlingen de mogelijkheid planmatig te werken. Uitgangspunten van dag- of weektaken zijn dat ze lesstof bevatten die is toegesneden op het niveau van de leerling, dat leerlingen zelfstandig kunnen werken en de leeromgeving daarop is ingericht. Het doel is om leerlingen zelfstandig te leren werken. Dit betekent dat ze leren omgaan met uitgestelde aandacht, zelfstandig problemen leren oplossen die zich voordoen bij het uitvoeren van taken, en afspraken leren maken over de uitvoering van taken.

Groeperingsvormen

Er zijn veel verschillende groeperingsvormen binnen een klas of groep denkbaar waarin leerlingen kunnen samenwerken en samen leren. De meest voor de hand liggende indeling is die naar homogene of heterogene groepen. De leraar stelt groepen samen op basis van wat de leerlingen bindt (homogeniteit) of juist op basis van hun diversiteit (heterogeniteit). Lees meer>>

Samenwerkend of coöperatief leren

Samenwerkend leren of coöperatief leren is mogelijk in zowel homogene als heterogene groepen en biedt veel mogelijkheden tot het effectief benutten van leertijd. In diverse onderzoeken is aangetoond dat coöperatief leren of samenwerkend leren leidt tot betere leerresultaten en betere leermotivatie dan individueel leren (Johnson, D.W., & Johnson, R.T., 2009; Slavin, 1996). Het is een effectieve aanpak om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op cognitief en sociaal gebied een stapje verder te helpen (Koopmans- van Noorel, 2009). Door het gezamenlijk uitvoeren van een (leer)taak, kunnen leerlingen kennis en vaardigheden van elkaar leren. Bovendien leren leerlingen veel van voordoen, samendoen en nadoen (modelling). Dat is vooral voor de wat zwakkere leerlingen een effectieve aanpak. Voor leerlingen die meer presteren kan het coöperatief leren er aan bijdragen dat zij leren hun gedachten onder woorden te brengen, deze leren te beargumenteren en deze aan te passen door het leggen van nieuwe inzichten en verbindingen (Förrer, Kenter & Veenman, 2000). Daarnaast zullen zij kennis en vaardigheden aanleren over het samenwerken, over het accepteren van elkaars verschillen en het inspringen op elkaars zwakke kanten. Lees meer>>

Peer-tutoring

Een andere effectieve werkvorm of groeperingsvorm is peer-tutoring. Dit hangt nauw samen met coöperatief leren, maar is niet hetzelfde. Bij peer-tutoring werken twee leerlingen samen, de tutor en de tutee. Kennis en vaardigheden worden overgedragen van de ene leerling op de andere leerling. Peer-tutoring kan op het niveau van de klas als klassen doorbrekend plaatsvinden.
Uitleg van een medeleerling wordt soms beter begrepen dan die van de leraar omdat de uitleg van de helper (tutor) meer aansluit bij het denkniveau en gedachtegang van de tutee. De tutor leert eveneens van het uitleggen omdat hij de stof goed moet structureren. Voor leerlingen die een achterstand hebben, is het heel effectief om ze via peer-tutoring te laten leren en leerlingen die meer presteren kunnen er baat bij hebben om de rol als tutor op zich te nemen. Op deze manier daag je hen uit om de stof goed te structureren. Een ander voordeel is dat peer-tutoring de leerkracht de mogelijkheid biedt om zich bezig te houden met andere leerlingen die bijvoorbeeld specifieke extra aandacht nodig hebben.
Een speciale vorm van peer-tutoring is het aanstellen van een buddy, bijvoorbeeld voor leerlingen met een beperking. Deze buddy fungeert als een maatje  en helpt  de leerling  voornamelijk bij praktische vaardigheden.

Onderzoek laat onder andere zien dat:

  • peer-tutoring versterkend werkt op de sociale motivatie van kinderen;
  • zowel de tutor als de tutee profiteren van peer-tutoring;
  • vooral kinderen in de begingroepen (3-5) ervan profiteren (Vernooy & Egbertsen, 2012). Lees meer>>

Parallel inroosteren

Als in alle groepen op dezelfde tijd dezelfde leeractiviteit op het rooster staat, biedt dit mogelijkheden te differentiëren in, qua niveau, homogene groepen. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld schoolbreed per lees- of rekenniveau worden ingedeeld.

Groeperingsvormen buiten een klas of groep

Een andere manier om leerlingen in te delen in homogene groepen is het formeren van (tijdelijke) aparte groepen voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. Voor hoogbegaafde leerlingen of leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen plusklassen opgericht worden. In deze plusklas komen hoogbegaafde leerlingen of leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong een dag, een dagdeel of enkele uren per week bij elkaar. Soms organiseren reguliere scholen en scholen voor speciaal (basis)onderwijs een zogenaamde  'tussenvoorziening'. Een tussenvoorziening is een organisatievorm die het mogelijk maakt om een speciaal onderwijsarrangement aan te bieden binnen de reguliere leeromgeving van de leerling (Sarphatie, 2011). Er zijn in Nederland inmiddels uiteenlopende organisatievormen voor verschillende doelgroepen opgezet of in oprichting. Voorbeelden van tussenvoorzieningen ziet u op de website voor passend onderwijs.

Differentiëren binnen werkvormen en groeperingsvormen uitgewerkt naar de vier subgroepen

Het basisaanbod

  • De meeste leerlingen hebben vooral baat bij het leren in heterogene groepen.
  • Het is van belang dat de leraar een juiste mix vindt van zelfstandig werken, klassikale instructie en andere vormen van (groeps- of individueel) leren. Het afwisselen van de samenstelling van de groepen, en/of het afwisselen van groepswerk met alleen werken is daarbij cruciaal.
  • Over het algemeen functioneren heterogene groepen beter wanneer er gewerkt wordt met basisstof en homogene groepen juist bij het aanbieden van keuzestof.

 Het plusaanbod

  • Deze leerlingen hebben ook baat bij het leren in homogene groepen.
  • De rol van tutor is heel geschikt voor deze leerlingen, omdat het hen uitdaagt om hun gedachten onder woorden te brengen en de stof goed te structureren.
  • Ook leren deze leerlingen tijdens het coöperatief leren. Ze leren dan hun gedachten onder woorden te brengen, deze te beargumenteren en aan te passen door het leggen van nieuwe inzichten en verbindingen. Daarnaast zullen zij kennis en vaardigheden leren over het samenwerken, over het accepteren van elkaars verschillen en het inspringen op elkaars zwakke kanten.
  • Deze leerlingen leren ook goed als ze zelfstandig mogen werken, op voorwaarde dat ze aandacht van de leraar krijgen.
  • Er zijn diverse manieren om opdrachten complexer te maken voor deze leerlingen.

Het intensieve aanbod

  • Werken in heterogene groepen als uitgangspunt.
  • Coöperatief leren als effectieve samenwerkingswerkvorm, omdat deze leerlingen veel kunnen leren van het voordoen, samendoen en nadoen.
  • Deze leerlingen kunnen veel leren van een andere leerling (zogenaamd peer-tutoring): uitleg van een medeleerling wordt soms beter begrepen dan die van een leraar.
  • Er zijn diverse manieren om opdrachten te vereenvoudigen.

Het zeer intensieve aanbod

  • Werken in heterogene groepen als uitgangspunt.
  • Coöperatief leren als effectieve samenwerkingswerkvorm, omdat deze leerlingen veel kunnen leren van het voordoen, samendoen en nadoen.
  • Deze leerlingen kunnen veel leren van een andere leerling (zogenaamd peer-tutoring), uitleg van een medeleerling wordt soms beter begrepen dan die van een leraar.
  • Er zijn diverse manieren om opdrachten te vereenvoudigen.
  • Het inrichten van een zognaamd tussenvoorziening kan soms een oplossing zijn om op de reguliere basisschool tegemoet te komen aan (zeer) speciale onderwijsbehoeften.