Groeperingvormen

Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van het leren binnen homogene en heterogene groepen. Resultaten van deze onderzoeken laten zien dat de meeste leerlingen, ook leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, gebaat zijn bij het leren in heterogene groepen (Pameijer & Beukering, 2007). Met uitzondering van hoogbegaafde leerlingen. Zij leren juist beter in homogene groepen (Dolaard & Oudbier, 2010). Over het algemeen functioneren heterogene groepen beter wanneer er gewerkt wordt met basisstof. Heterogene groepen zijn geschikt om leerlingen met elkaar en van elkaar te laten leren. Als het bijvoorbeeld gaat om het aanbieden van nieuwe en moeilijke materie dan is interactie tussen leerlingen met verschillende niveaus wenselijk. Ook als het gaat om effectief en probleemoplossend werken, kunnen leerlingen in heterogene groepen met verschillende niveaus gebruikmaken van elkaars verschillen, elkaar aanvullen en daardoor leren samenwerken. En kan het observeren en nadoen van gedrag ook leiden tot leren op zowel cognitief als sociaal emotioneel gebied. Hoe kleiner de heterogene groep, hoe groter het effect.

Homogene groepen functioneren goed bij keuzestof, omdat leerlingen met dezelfde belangstelling, leerstijl of gelijk niveau dan kunnen samenwerken. Het gebruik van homogene groepen dient zo flexibel mogelijk te zijn zodat er snel veranderingen kunnen worden aangebracht (Stasse, 2011).  Voor leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong is het prettig om samen te werken met leerlingen die hetzelfde taalvaardigheidsniveau hebben, dezelfde verbale vaardigheden, en vaak ook dezelfde instructiebehoefte. Voor leerlingen met ontwikkelingsachterstanden kan het werken in homogene groepen geschikt zijn als het doel is om voor die leerlingen een veilige omgeving te creĆ«ren waarin ze bepaalde vaardigheden kunnen oefenen, zoals bijvoorbeeld leiderschapsrol..

Of een leraar nu met leerlingen in homogene of in heterogene groepen werkt, het is van belang dat die keuze bewust gemaakt wordt en aansluit bij het doel van de les. Soms past namelijk een groepsindeling naar niveau, soms die naar interesse. Het is tevens van belang dat de samenstelling van de groepen regelmatig wordt gewisseld en dat groepswerk wordt afgewisseld met  alleen werken. Bij beslissingen over groepering moet de leraar ook steeds kijken naar 'hele' leerling op cognitief en sociaal gebied (Van der Burg & Sijsling, 2008).