Peer-tutoring

Het is belangrijk dat de peer-tutoring goed wordt uitgevoerd, anders gaat het ten koste van de effectiviteit. Het is van belang de volgende uitgangspunten te hanteren:

  • Tutoring vraagt om scholing van de tutors, onder andere over hoe ze moeten handelen als de tutee problemen heeft.
  • Het is van belang dat koppels regelmatig van samenstelling veranderen en dat goede leerlingen af en toe ook met andere goede leerlingen samenwerken.
  • Peer tutoring is het meest effectief als het frequent plaatsvindt, bijvoorbeeld 3 x 15 minuten per week.
  • Voor het leesonderwijs geldt dat het een voorwaarde is dat de tutor minstens twee niveaus hoger leest dan de tutee. Bijvoorbeeld: de tutor leest minstens AVI E4 en de tutee AVI E3.
  • Het tutoren moet op een rustige plaats met weinig afleiding gebeuren.
  • Het is van belang dat de leerkrachten maar ook de schoolleiding de effectiviteit van peer tutoring monitoren en bij onvoldoende effectiviteit de aanpak bijstellen (Vernooy & Egbertsen, 2012).

Een voorbeeld van een  gestructureerd peer-tutoring programma is PALS (Peer Assisted
Learning Strategies). Het programma is vooral op lezen en rekenen gericht en is geschikt voor het basisonderwijs. PALS wordt als aanvullend gezien op de groepsinstructie en niet als vervanger daarvan.