Samenwerkend of coöperatie leren

Leerlingen met een beperking die het sociaal functioneren beïnvloedt, zoals bijvoorbeeld een autismespectrumstoornis (ASS) of ADHD, hebben vaak moeite met samenwerken. Zij  kunnen vaak beter leren in tweetallen dan in grotere groepen. Het koppelen van een sociaal vaardige leerling aan een minder sociaal vaardige leerling werkt ook vaak goed. Als deze leerlingen in kleine groepen werken dan is het belangrijk om goed aan te geven wat er van hen verwacht wordt. Leerlingen met dyslexie leren van goede voorbeelden van groepsgenoten en het samenwerken zal de mondelinge taal bevorderen.

Er zijn drie factoren waaraan samenwerkend leren of coöperatief leren zou moeten voldoen. Ten eerste dient er bij samenwerkend leren spraken te zijn van positieve onderlinge afhankelijkheid; dit houdt in dat leerlingen elkaar nodig hebben om de opdracht te doen slagen. Daarnaast dient er sprake te zijn van individuele verantwoordelijkheid; dit houdt in dat alle groepsleden verantwoordelijk zijn voor het leren van zichzelf en de anderen. Als laatste dient er sprake te zijn van gelijke kansen voor succes; dit houdt in dat alle groepsleden een bijdrage leveren door de eigen prestaties te verbeteren ten opzichte van eerdere prestaties. Op deze manier is gegarandeerd dat alle leerlingen worden uitgedaagd om hun best te doen en dat de bijdrage van alle teamleden wordt beoordeeld (Slavin, 1991).

Binnen veel methoden zijn coöperatieve werkvormen geïntegreerd. De leraar kan daarnaast ook zelf coöperatieve werkvormen inzetten. Er zijn verschillende educatieve uitgaven die elk op hun eigen manier de coöperatieve werkvormen presenteren en toelichten, zoals onder andere: ‘Coöperatief leren in het basisonderwijs’ (Förrer, Kenter & Veenman, 2000), ‘Coöperatief leren binnen adaptief onderwijs’ (Van Vugt, 2002) en ‘Structureel coöperatief leren’ (Kagan, 2005). Het 'stilteteken', de 'liniaalstem' en het 'schoudermaatje' zijn veelgebruikte technieken afkomstig uit dit laatste werk. Daarnaast kunnen didactische structuren en klassen- en teambouwers worden ingezet. De didactische structuren organiseren de sociale interactie tussen leerlingen over een onderwerp. Als leerstofinhoud in een structuur wordt geplaatst, ontstaat een leeractiviteit.  Activiteiten zijn klassenbouwers die het proces bevorderen waarin een groep zich ontwikkelt  tot een zorgende gemeenschap. De teambouwers richten zich, net als de klassenbouwers op sociale verbondenheid, maar dan op teamniveau (Kagan, 2005). Uitgeverij Bazalt heeft acht didactische basisstructuren uitgegeven op posterformaat.