Instructie en leeractiviteiten
Voor het intensieve aanbod geldt dat gestreefd wordt naar het behalen van het referentieniveau 1S aan het einde van groep 8. In vergelijking met de leerlingen in de basisgroep, zullen deze leerlingen een intensief aanbod verlengde instructie en extra oefenmomenten nodig hebben om de doelen te behalen.

Groep 1 en 2
Gedurende een thema of periode zal de leerkracht gerichte aanvullende materialen en activiteiten moeten inzetten om deze leerlingen de gelegenheid te geven te werken aan de doelen en uiteindelijk de doelen te behalen. Denk hierbij aan ontwikkelingsmaterialen rekenen (zoals telstraatje), software, rekenspellen of gerichte tel-, meet- of meetkundeopdrachten in de bouw- of huishoek. De voorbereiding van deze activiteiten kunnen al bij de voorbereiding van een periode of thema meegenomen worden.

Groep 3 tot en met 8
Er zijn verschillende manieren om instructie en leeractiviteiten te 'intensiveren'. In principe doen alle leerlingen mee met de groepsinstructie. Geef zwakke rekenaars dagelijks, aansluitend op de groepsinstructie gedurende ongeveer 10 - 15 minuten verlengde instructie.

In verschillende rekenmethoden staat in de handleiding aangegeven waaruit de verlengde instructie kan bestaan. De leraar kan deze verder 'op maat' maken voor de betreffende groep leerlingen. Dit kan onder andere door de opdrachten te vereenvoudigen, materiaal of een context erbij te nemen of meer structuur te bieden.

Ook pre-teaching is een effectieve organisatievorm. Leerlingen krijgen voorafgaand aan de basisinstructie met de hele groep, een voorinstructie over de essentie (nieuwe doel) van de les. Door met leerlingen de doelen vooraf te oefenen, zijn leerlingen beter in staat met de groepsinstructie mee te doen, doen ze meer succeservaringen op en kunnen sneller zelfstandig aan de slag. De verlengde instructiegroep zal daardoor kleiner worden.

Daarnaast zal afgestemd moeten worden op de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Denk daarbij aan de volgende aspecten binnen de didactiek:

  • Laat de leerling bij de start steeds hardop zijn voorkennis ophalen zodat de nieuwe leerstof gemakkelijker gekoppeld kan worden aan bestaande kennis. De leerkracht kan tevens informatie achterhalen over het startniveau van de leerling.
  • Sluit aan op het rekenniveau van de leerling (start bij sommen die hij kan).
  • Sluit aan bij de juiste hoofdlijn. Heeft de leerling nog behoefte aan de fase van begripsvorming, komen tot oplossingsstrategieën, vlot leren rekenen of het toepassen van de bewerking (zie het hoofdlijnenmodel)?
  • Sluit aan bij het handelingsniveau van de leerling. Heeft de leerling nog behoefte aan concreet materiaal, een context of een model om de som uit te kunnen rekenen? Start bij dit handelingsniveau, oefen dit goed in en stuur vervolgens op de overstap naar een hoger handelingsniveau (zie het handelingsmodel).
  • Stuur op het gebruik van een eenduidige voorkeursstrategie die bij de leerling past en oefen deze goed in.
  • Maak kinderen actief tijdens de instructie, maak bijvoorbeeld gebruik van kladpapier.
  • Benut meerdere kanalen tijdens de instructie en verwerking (auditief,  visueel, motorisch).
  • Maak gebruik van verschillende werkvormen om in te oefenen, zoals verwoorden, liedjes en rekenspellen.
  • Geef direct feedback.

Het hoofdlijnenmodel, het handelingsmodel en het drieslagmodel uit het protocol ERWD kunnen de leerkracht helpen om de rekendidactiek af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Meer informatie

Groenestijn, M. van, Borghouts, C. & Janssen, C. (2011). Protocol Ernstige Reken Wiskunde-problemen en Dyscalculie. Assen: Van Gorcum.

Op de kennisbank rekenen vindt u meer informatie en achtergronden over het omgaan met niveauverschillen binnen het rekenonderwijs.

Kwaliteitskaart: Durf te kiezen in doelen voor zwakke rekenaars.

Bakker, M., Gerrits, P. &Thiell, J. (2012). Resultaat met rekenen. CPS onderwijsontwikkeling en advies: Amersfoort.

Gelderblom, G. (2008). Effectief omgaan met verschillen in het rekenonderwijs. CPS onderwijsontwikkeling en advies: Amersfoort.

Gelderblom, G. (2008). Effectief omgaan met zwakke rekenaars. CPS onderwijsontwikkeling en advies: Amersfoort.