Instructie en leeractiviteiten
Voor leerlingen in het zeer intensieve aanbod worden de doelen bijgesteld en zullen intensiverende maatregelen nodig zijn om de bijgestelde doelen te behalen. Er zal op sommige doelen meer accent moeten worden gelegd en er zullen voor andere doelen zo nodig compenserende strategieën worden gekozen of hulpmiddelen worden ingezet.
Standaard hebben deze leerlingen behoefte aan extra hulp en remediering (pre-teaching, verlengde instructie en hulp voor en na de toets).
Groep 1 en 2
Het zeer intensieve aanbod in groep 1 en 2 stuurt op de beheersing van de 'minimumdoelen', indien mogelijk aangevuld met basisdoelen op onderdelen waarop dat mogelijk is.
Deze leerlingen krijgen extra activiteiten aangeboden. 
Het is raadzaam om te kiezen voor activiteiten die onderdeel zijn van het programma voor de hele groep zodat voorkomen wordt dat er kunstmatig losse activiteiten geoefend worden.
Instructie en leeractiviteiten zijn erop gericht de doelen door de week heen regelmatig te herhalen. De rijke leeromgeving met de bouwhoek, de huishoek, ontwikkelingsmaterialen, rekenspel, et cetera. maakt dat doelen in verschillende verschijningsvormen terug kunnen komen. Leerlingen kunnen actief aan de slag met de doelen. Gerichte instructie en feedback van de leerkracht bij deze activiteiten zijn essentieel om van deze activiteiten leerzame activiteiten te maken.

Groep 3 tot en met 5
Het zeer intensieve aanbod voor groep 3 tot met 5 is het reguliere aanbod van de rekenmethode (basisstof) aangeboden op een lager handelingsniveau (nog met bewerkingen op de getallenlijn of met concreet materiaal) en soms ook in vereenvoudigde vorm. Het handelingsmodel biedt inzicht in de verschillende handelingsniveaus waarop een leerling een som kan oplossen.  
Daarnaast worden de reguliere activiteiten aangevuld met extra hulp en remediering (pre-teaching, verlengde instructie en hulp voor en na de toets).
De leerkracht is selectief in het aantal strategieën dat wordt aangeboden. De leerkracht moet omgaan met het feit dat de leerling vaak niet alles geautomatiseerd heeft. Wanneer leerlingen moeite hebben met onthouden kunnen hulpmiddelen (zoals een tafelkaart) doelgericht worden ingezet.

Groep 6 tot en met 8
Leerroute 2 en 3 zorgen ervoor dat ook zwakke leerlingen kennismaken met breuken, procenten en kommagetallen.

Voor de leerlingen die uitstromen op het fundamenteel niveau (1F) is het afhankelijk van de rekenmethode of deze leerroute al concreet uitgewerkt is in een ‘eigen lijn’ in de methode.
Bij methoden met een uitwerking van het fundamenteel niveau, kan de leerling in deze lijn instromen en de instructies en verwerking op eigen niveau volgen. Per methode verschilt het of de leerling wel of niet meedoet met het basisaanbod. De leerkracht maakt deze keuzes, ook als dit niet expliciet aangegeven staat in de handleiding van de methode.

Voor methoden zonder 1F-lijn moeten de desbetreffende doelen en het aanbod uit de methode  nader uitgezocht worden.
Uitgangspunt kan zijn om de leerling met de groep mee te laten doen en het niveau van de opgaven af te stemmen op het niveau van de leerling. Dit kan onder ander door de opdrachten te vereenvoudigen, materiaal of een context erbij te nemen of meer structuur te bieden. Voor de zeer intensieve groep vraagt dit grote aanpassingen aan de les.
Een andere mogelijkheid is de leerling op een aangepast tempo door het materiaal heen te laten werken en keuzes te maken binnen de methodelijn (overslaan of eerder aanbieden). In deze situatie is het vaak lastig dagelijks een instructie te verzorgen of  feedback te geven op de gemaakte opgaven. Dit heeft de leerling echter wel hard nodig.

Daarnaast zal afgestemd moeten worden op de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Denk daarbij aan de volgende aspecten binnen de didactiek:

  • Laat de leerling bij de start steeds hardop zijn voorkennis ophalen zodat de nieuwe leerstof gemakkelijker gekoppeld kan worden aan de bestaande kennis. De leerkracht kan tevens informatie achterhalen over het startniveau van de  leerling.
  • Sluit aan op het rekenniveau van de leerling (start bij sommen die hij kan).
  • Sluit aan bij de juiste hoofdlijn. Heeft de leerling nog behoefte aan de fase van begripsvorming, komen tot oplossingsstrategieën, vlot leren rekenen of het toepassen van de bewerking (zie het hoofdlijnenmodel)?
  • Sluit aan bij het handelingsniveau van de leerling (heeft de leerling nog behoefte aan concreet materiaal, een context of een model om de som uit te kunnen rekenen? Start bij dit handelingsniveau, oefen dit goed en stuur vervolgens op, de overstap naar een hoger handelingsniveau (zie het handelingsmodel).
  • Stuur op het gebruik van een eenduidige voorkeursstrategie die bij de leerling past en oefen deze goed.
  • Maak kinderen actief tijdens de instructie, maak bijvoorbeeld gebruik van kladpapier.
  • Benut meerdere kanalen tijdens de instructie en verwerking (auditief, visueel, motorisch).
  • Maak gebruik van verschillende werkvormen om te oefenen, zoals verwoorden, liedjes en rekenspellen.
  • Geef direct feedback.

Speciaal voor zeer zwakke rekenaars geldt:

  • Volg het proces en probeer minder te focussen op het product (antwoord).
  • Probeer het werkgeheugen te versterken, met korte snelle oefeningen.
  • Maak taalbegrippen bij rekenopdrachten bespreekbaar en verduidelijk ze zo nodig visueel.

Het hoofdlijnenmodel, het handelingsmodel en het drieslagmodel uit het protocol ERWD kunnen de leerkracht helpen om de rekendidactiek af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Groenestijn, M. van, Borghouts, C. & Janssen, C. (2011). Protocol Ernstige Reken Wiskunde-problemen en Dyscalculie. Assen: Van Gorcum.

Op de kennisbank rekenen vindt u meer informatie en achtergronden over het omgaan met niveauverschillen binnen het rekenonderwijs.

Kwaliteitskaart: Durf te kiezen in doelen voor zwakke rekenaars.

Het Hulpprogramma rekenen-wiskunde groep 7/8 omvat  werkbladen die bedoeld zijn voor 20 lessen van ongeveer een uur met bijbehorende lesbeschrijvingen. Het is bedoeld om scholen die in de bovenbouw te maken hebben met afhakende leerlingen, gelegenheid te bieden deze leerlingen een aangepast leertraject te laten doorlopen.

STAP (SLO Tool Arrangementen Plannen) ) kan worden ingezet om rekendoelen voor leerlingen met speciale rekenbehoeften te selecteren en daarbij passende leeractiviteiten te plannen.

Leerroute 1, 2 en 3 van Passende Perspectieven.

Profielschetsen Passende perspectieven.

Struiksma, C. (2011) Duiden en Doen. Kernimplementatieteam Leerlijnen Stichting Projecten Speciaal Onderwijs: Utrecht.

Bakker, M., Gerrits, P. &Thiell, J. (2012). Resultaat met rekenen. CPS onderwijsontwikkeling en advies: Amersfoort.

 

Gelderblom, G. (2008). Effectief omgaan met verschillen in het rekenonderwijs. CPS onderwijsontwikkeling en advies: Amersfoort.

Gelderblom, G. (2008). Effectief omgaan met zwakke rekenaars. CPS onderwijsontwikkeling en advies: Amersfoort..