Instructie en leeractiviteiten
Het zéér intensieve aanbod verschilt voornamelijk van het intensieve aanbod wat betreft doelen en inhouden. Daarom vindt u op deze plek slechts enkele algemene suggesties voor het zeer intensieve aanbod.

De leraar heeft een belangrijke voorbeeldfunctie in gesprekssituaties. De leraar kan het gewenste gedrag voordoen, hardop vragen stellen en antwoorden formuleren. Tijdens de instructie is het belangrijk dat de leraar het taalgebruik aan past aan het niveau van de leerlingen, dat de instructie wordt herhaald in andere woorden en dat de leraar controleert of alles begrepen is. Op de kwaliteitskaarten zijn veel suggesties te vinden voor woordenschatuitbreiding.

Creëer zoveel mogelijk concrete taalgebruikssituaties, waarin leerlingen kunnen oefenen met de taal die in die situatie nodig/gewenst is. Geef bij aanbieden van nieuwe woorden niet alleen talige uitleg, maar laat leerlingen zoveel mogelijk kijken – ontdekken – ervaren – voelen.

 

Algemene suggesties:

  • Het expliciet introduceren van gespreksregels kan leerlingen helpen bij het leren van gespreksvaardigheden.
  • Bij leerlingen die moeite hebben om deel te nemen aan gesprekken kan de leraar dit eerst in een-op-een-situaties of in kleine groepen oefenen.
  • Leer zo nodig luisterstrategieën aan.
  • Zorg voor een veilig klimaat waarin ook leerlingen met een taalachterstand zich durven uiten.
  • Benut meerdere kanalen in de communicatie, met name het visuele.
  • Een voorbeeld van een veel gebruikte methodiek is de DGM: denkstimulerende gespreksmethodiek (Blank e.a., 1978) met deze methodiek wordt de relatie tussen taal en denken versterkt.

Meer informatie

DGM: Denkstimulerende gespreksmethodiek.

Kwaliteitskaarten woordenschat: zie basisaanbod, onder 'meer informatie'

Voor extra suggesties voor anderstalige leerlingen, zie intensief aanbod.