Instructie en leeractiviteiten
Er zijn verschillende manieren om instructie en leeractiviteiten te 'intensiveren'. Besteed vooral extra aandacht aan automatiseren en begeleid inoefenen. Doe dit liever elke dag kort dan één keer lang. Vaak wordt in de handleiding van de methode aangegeven waaruit de verlengde instructie kan bestaan.

De leraar kan deze verder 'op maat' maken voor de betreffende leerlingen. Pre-teaching (voorafgaand aan de kerninstructie) of reteaching (herhaling na de kerninstructie) kan behulpzaam zijn, evenals het benutten van meerdere kanalen (auditief en visueel bijvoorbeeld). In de profielschetsen van Passende Perspectieven staan extra aandachtspunten voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op het gebied van taal (onder andere dyslexie, ESM, ADHD), bijvoorbeeld over waar zij vooral moeite mee hebben en hoe zij ondersteund kunnen worden. Anderstalige leerlingen hebben, nog sterker dan taalzwakke Nederlandstalige leerlingen, behoefte aan visuele ondersteuning, mondelinge oefeningen en uitbreiding van hun woordenschat. Daarnaast is aandacht besteden aan de eigen taal van de leerlingen van belang voor de persoonlijkheidsontwikkeling van de leerlingen.

In zijn algemeenheid gelden de volgende aandachtspunten:

  • Leerlingen zijn gebaat bij interactie in kleine groepen.
  • Ondersteun leerlingen bij reflectie op het eigen spreek-/luister-/lees-/schrijfgedrag.
  • De instructie zal vaak meer 'structuurverlenend' zijn, bijvoorbeeld op basis van het directe instructie model (of varianten hierop, zoals het interactief gedifferentieerde directe instructiemodel (IGDI) of het activerende directe instructiemodel (ADI). Zie: Leenders, Y., Naafs, F., Van den Oord, I. (2002) Effectieve instructie, leren lesgeven met het activerende directe instructiemodel. Amersfoort: CPS.

Aandachtspunten directe instructie:

  • Vooral geschikt voor leerlingen die veel structuur nodig hebben, zoals leerlingen met ASS, AD(H)D, een ontwikkelingsachterstand, weinig zelfvertrouwen en/of faalangst.
  • Helder vooraf aangegeven leerdoel.
  • Stapsgewijze opbouw.
  • Interactie, zorg voor actieve leerlingen.
  • Gerichte feedback en evaluatie.
  • Niet te lang (liever 5x per week 20 minuten dan 2 à 3x per week 40 minuten.
  • Zo nodig instructie op basis van de principes van 'model-leren'. 

Aandachtspunten model-leren:

  • Geschikt voor het aanleren van een adequate oplossingsstrategie als eerdere suggesties niet tot probleemoplossend gedrag leiden.
  • De leraar doet de adequate oplossingsstrategie (of het gewenste taalgedrag) voor en legt uit waarom die manier van oplossen gebruikt wordt.
  • De leraar herhaalt deze oplossingsstrategie met de leerlingen.

Let wel: ook voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften is het belangrijk om met meer open opdrachten in aanraking te komen zodat taalvaardigheden uiteindelijk ook functioneel toegepast kunnen worden in allerlei situaties. Probleemoplossend en strategisch leren denken en het omgaan met rijke contexten is daarom ook voor hen van belang. Dit kan ook al als de basisvaardigheden nog niet voldoende worden beheerst, maar de opdracht moet dan wel worden aangepast aan het niveau dat de leerling aan kan (succeservaringen opdoen).

Aandachtspunten voor de instructie aan anderstalige leerlingen:
Bij de instructie aan anderstalige leerlingen moet uitgegaan worden van de vijf stappen van de NT2-didactiek, door Josée Coenen & Marion Nout* beschreven. Hieronder worden suggesties gegeven voor zowel het oefenen van mondeling taalgebruik als voor schriftelijke oefeningen.
Als de methode bepaalde stappen niet biedt (bijvoorbeeld stap 1), dan moet de leraar die zelf creëren. Het is verder van belang om te beseffen dat bij stap 1 (bijvoorbeeld het lezen van een tekst of een instructie) wel minimaal 90% van de woorden gekend moet worden door de leerlingen.

(receptief)
stap 1 Leraar/boek biedt (een woord**) aan – leerlingen luisteren/lezen.
stap 2 Leraar/boek biedt (een woord**) aan – leerlingen doen iets (aanwijzen, pakken) schriftelijk: leerlingen maken een keuze uit gegeven woorden.

(reproductief)
stap 3 Leraar/boek biedt (een woord**) aan – leerlingen zeggen (het woord**) na/ schrijven (het
woord) over.

(productief)
stap 4 Leraar vraagt naar aanleiding van (een woord**) iets – leerlingen geven antwoord
schriftelijk: leraar/boek geeft (woordenschat) oefening – leerlingen vullen in leraar/boek vraagt naar aanleiding van (een woord**) iets – leerlingen schrijven het antwoord.
stap 5 (Leraar begint) – leerlingen vragen/antwoorden zelf schriftelijk: leraar/boek geeft begin van opdracht – leerlingen schrijven zelf.

Het hangt af van de leeftijd van de leerling hoe de precieze aanbieding en verwerking eruit komt te zien. Tevens hangt het van de gevorderdheid af met welke stap / trap er begonnen wordt.

**Lees ook voor ‘woord’:

  • een klank
  • een constructie
  • voorvoegsel of achtervoegsel
  • een uitdrukking
  • een zin
  • een combinatie van
  • tekst

* Bron: opleidingsmateriaal post HBO-opleiding Leraar Nederlands voor anderstaligen (NT2) in het primair onderwijs en  ‘Woorden in Prenten’

Overige aandachtspunten:

  • Er moet een goede balans zijn tussen taalaanbod – taalproductie – feedback. Bij het voeren van gesprekken: de leraar moet niet teveel aan het woord zijn. De leerlingen moeten de ruimte krijgen om zelf taal te gebruiken. Sluit daar met de juiste werkvormen bij aan, bijvoorbeeld door inzet van coöperatieve werkvormen. Receptie gaat voor productie.
  • Kijk goed of anderstalige leerlingen de instructie hebben begrepen, ook als ze niks zeggen.
  • Geef een voorbeeld van wat je bedoelt, of doe voor.
  • Spreek langzamer, maar ga niet harder praten.
  • Leg extra nadruk op kernwoorden.
  • Hanteer eenvoudige (niet samengestelde) zinnen.
  • Laat herhalen wat er gezegd wordt.
  • Kijk uit met figuurlijk taalgebruik.

 

Meer informatie

Specifieke onderwijsbehoeften, profielschetsen Passende Perspectieven.

Teunissen, C., Elsaëcker, W. van & Druenen, M. van (2012) Opbrengstgericht werken aan lezen en schrijven  (boek + cd-rom),  Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands. In dit boek staan o.a. tips en suggesties voor taalzwakke leerlingen in het algemeen en voor anderstalige leerlingen.

Kwaliteitskaart 'Aandacht voor eigen taal'.