Leertijd

Het advies op de kwaliteitskaarten is om per week 60 tot 120 minuten extra tijd, bovenop de 8 uur voor het basisaanbod, voor taal en lezen vrij  te maken, waarvan één uur gerichte instructie en begeleide oefening met name voor technisch lezen en woordenschatontwikkeling. Op de kwaliteitskaart 'tijd voor lezen en taal' wordt concreet uitgewerkt hoe 9 uur taalonderwijs per week kan worden ingericht in de verschillende leerjaren. Spreid de extra leertijd over verschillende momenten in de week, voor jongere leerlingen maximaal 15 minuten per keer.

Nederlandse kinderen leren de taal vooral buiten school, in gevarieerde contacten met kinderen en volwassenen, uit boeken, van televisie en op hobbyclubs, enzovoorts. Veel anderstalige leerlingen beschikken hier niet over. Zij zijn voor het leren van het Nederlands vooral op school aangewezen. Om de Nederlandse taal te leren, zijn voor anderstalige leerlingen specifieke lessen nodig. Het gaat dan om lessen op het gebied van woordenschat (inhoudswoorden en functiewoorden), zinsbouw, vormleer (samenstellingen, werkwoordsvervoeging), uitspraak (woordaccent en zinsmelodie) en taalgebruik. Het gaat hier om lessen die Nederlandse kinderen niet nodig hebben. Om dit te kunnen realiseren is uitbreiding van de leertijd noodzakelijk.

NT2-lessen moeten gedurende een lange periode worden aangeboden. Moedertaalsprekers van het Nederlands hebben zo’n 10 à 12 jaar nodig om de taal goed te leren, zo lang zullen dus ook NT2-lessen gegeven moeten worden. NT2-lessen dienen om het individuele taalverwervingsproces van anderstalige leerlingen te versnellen. Gedurende de hele basisschoolperiode en wellicht ook nog daarna (o.a. afhankelijk van het moment van instroom in het Nederlandse onderwijs) zal extra instructie nodig zijn.  

Meer informatie

Kwaliteitskaart 'tijd voor lezen en taal'.