Doelen en inhouden
Ook hier geldt dat gestreefd wordt naar referentieniveau1S (zeker voor doorstroom naar havo/vwo) en dat minimaal referentieniveau 1F wordt gerealiseerd. Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op het gebied van de mondelinge taalvaardigheid zal het methodegebonden aanbod echter niet toereikend zijn. Het gaat bij het intensieve aanbod niet zozeer om het inzetten van andere of extra inhouden naast de methode, maar eerder om de inrichting en het doelgericht benutten van een stimulerende taalleeromgeving met veel ruimte voor gesprek en interactie.

Wanneer verwacht wordt dat leerlingen voor mondelinge taalvaardigheid moeite zullen hebben referentieniveau 1F te behalen vanwege hun specifieke onderwijsbehoefte op het gebied van taal, biedt leerroute 1 van Passende Perspectieven houvast voor het samenstellen van een intensief aanbod richting 1F voor de domeinen gesprekken/spreken en luisteren. Daarin wordt aangegeven welke doelen meer of minder prioriteit hebben met het oog op het vervolgonderwijs. Voor gesprekken en spreken is het bijvoorbeeld belangrijk dat leerlingen in elk geval kunnen deelnemen aan een gesprek of discussie en informatie kunnen uitwisselen (1F), maar voor doorstroom naar havo/vwo is het belangrijk dat leerlingen ook een probleem kunnen verhelderen en informatie kunnen verzamelen en verwerken via een vraaggesprek (1S). Bij luisteren wordt de inhoud vooral gerelateerd aan eigen kennis en ervaring, maar voor doorstroom naar havo/vwo is het ook belangrijk dat leerlingen een (beargumenteerd) oordeel kunnen geven over de inhoud en de opbouw van een televisie- of radioprogramma. 

Woordenschatontwikkeling, doelen en inhouden

Een groot deel van deze leerlingen heeft een beperkte woordenschat. Aan het einde van de basisschool zouden leerlingen ongeveer 15.000 woorden receptief moeten beheersen. Als richtlijn wordt vaak 1000 woorden per groep gehanteerd, dus 25 woorden per week. Om de achterstand in te halen zou voor deze leerlingen dit aantal hoger moeten liggen. Voor gerichte woordenschatontwikkeling kan gebruik worden gemaakt van de leerlijn woordenschat, de leerlijn deelnemen aan gesprekken, de leerlijn vertellen en presenteren  en de leerlijn begrijpend luisteren van het Expertisecentrum Nederlands. Daarnaast zijn er woordenlijsten opgesteld die houvast bieden voor woordenschatontwikkeling van specifieke doelgroepen, zoals anderstalige peuters en kleuters, kleuters met een taalachterstand in het algemeen en vmbo-leerlingen.

Anderstalige leerlingen:

Zorg voor een goed afgestemd taalaanbod. Luisteren naar niet afgestemd taalaanbod geeft leerlingen een onveilig gevoel. Ook 'spreekdwang' geeft een gevoel van onveiligheid. Leerlingen moeten de ruimte krijgen om dingen na te zeggen. Feedback kan gegeven worden door wat gezegd is in correcte vorm terug te geven.

Bij luisteren komt voor anderstalige leerlingen meer kijken dan het begrijpen van wat ze horen: ze moeten het ook verstaan. Bij moedertaalsprekers wordt dit niet geoefend. Bij 'verstaan' gaat het om verschillende aspecten: klanken, woordgrenzen, spreektempo, woordaccent, assimilatie (het in elkaar overgaan van klanken) en intonatie. Het is van belang veel taal te laten horen, zodat leerlingen het leren herkennen. Als aan de voorwaarden (verstaan) is voldaan, dan kan gericht worden op 'begrijpen'. Om te begrijpen is kennis nodig van woordenschat, zinsbouw, pragmatiek (taalgebruik in bepaalde situaties), idiomatisch taalgebruik (vaste woordcombinaties, uitdrukkingen e.d.), context, onderwerp en voorkennis.

Meer informatie

Leerroute 1 van Passende Perspectieven.

Leerlijn woordenschat, Expertisecentrum Nederlands

Duizend-en-een-woorden, de allereerste Nederlandstalige woorden voor anderstalige peuters en kleuters

 

Basiswoordenlijst Amsterdamse kleuters

of 

Basislijst schooltaalwoorden vmbo

 

Doelgericht werken aan de referentieniveaus voor taal met nieuwkomers en asielzoekersleerlingen.