Leertijd

In het intensieve aanbod wordt meer expliciete en gerichte aandacht besteed aan mondelinge taalvaardigheid en woordenschatontwikkeling, zowel binnen de (extra) leertijd voor taal als in andere leersituaties. Het hangt van de specifieke onderwijsbehoefte van de leerlingen af hoeveel tijd daaraan besteed moet worden. Op de kwaliteitskaart 'tijd voor lezen en taal' worden wel suggesties gegeven voor de tijd die aan woordenschatontwikkeling kan worden besteed, maar niet specifiek voor mondelinge taalvaardigheid.

Anderstalige leerlingen
Bij tweede taalverwerving moeten kinderen zich de taal eigen maken door de taal op te pikken. Hierbij zijn twee factoren van belang: taalaanbod en interactie. Veel anderstalige leerlingen zijn voor taalaanbod in het Nederlands vooral aangewezen op school. Het taalaanbod en ook de interactie die er is (waarin de leerlingen kunnen oefenen met de aangeboden taal) moet dus zowel kwalitatief als kwantitatief goed zijn. Het is van belang om veel voor te lezen, bij voorkeur uit (goede) prentenboeken. In prentenboeken komen meer verschillende woorden voor dan in het taalgebruik van leerkrachten (in ieder geval voor groep 1 t/m 4). Via prentenboeken worden leerlingen dus geconfronteerd met een grotere en gevarieerdere woordenschat.

De leertijd voor de leerlingen is ook te vergroten door te werken in kleine groepjes. Dan krijgen de leerlingen de grootst mogelijke hoeveelheid taalaanbod, direct op hen gericht, de leerlingen krijgen veel meer feedback van de leerkracht en de leerlingen kunnen het best aan de interactie deelnemen (ze hebben in kleine groepjes meer taalruimte).

 

 

Meer informatie

Specifieke onderwijsbehoeften, profielschetsen Passende Perspectieven.

Kwaliteitskaart 'tijd voor lezen en taal'.